Inleiding, ontwikkelingen en risico's
Inleiding
In deze paragraaf geven we het beleidskader voor het onderhoud van de kapitaalgoederen en de vertaling van de financiële consequenties naar de begroting aan. Per kapitaalgoed gaan we in op het beleidskader, de middelen, de begroting en de stand van de voorziening.
Ontwikkelingen
Begin 2019 stellen we de Raad voor om de Integrale Visie en het Beleid Openbare Ruimte (IBOR en IVOR) te laten vervallen en de inhoud te verwerken in de omgevingsvisie en de kerngerichte uitwerkingen van de omgevingsvisie. In 2019 actualiseren we onze uitvoeringsplannen (jaar- en meerjarenplannen) voor het operationele beheer van de openbare ruimte waar we in 2020 het besluitvormingsproces voor in gaan.
Risico's
Avri is verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderhoud van de openbare ruimte. De uitvoering bleef het afgelopen jaar binnen de vastgestelde beeldkwaliteit. Het is een aandachtspunt voor Avri om de werkzaamheden binnen het vastgestelde budget uit te voeren. In 2019 gaan we starten met het actualiseren van de dienstverleningsovereenkomsten die in lijn zullen zijn met ons integraal meerjarenplan.
Wegen
Algemeen
Op basis van meerjarenplannen voeren we jaarlijks onderhoudswerkzaamheden uit aan de wegen. Bij de uitvoering hanteren we de uitgangspunten en randvoorwaarden die vastliggen in het beheerplan Wegen 2016-2045.
Beleid
De actuele beleidskaders staan in het IBOR-plan (vastgesteld 19 januari 2016). Het beheerplan Wegen 2016-2045 is één van de onderleggers van het IBOR. Het kwaliteitsniveau is vastgesteld op het niveau Basis. Het beschikbaar gestelde budget is op korte en middellange termijn toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau op niveau Basis uit te voeren. Als we het kwaliteitsniveau voor het wegenonderhoud willen verhogen in de toekomstige jaren, dan is dit beschikbare budget ontoereikend.
Financiële middelen
- In de begroting van 2018 namen we voor het onderhoud voor wegen een bedrag op van € 2.664.869,- (inclusief index en areaaluitbreiding). De uitvoering van het onderhoud bekostigden we uit de onderhoudsvoorziening voor wegen.
- Na de inspectie van de wegen is er een uitvoeringsplan opgesteld. In de uitvoering zijn alle wegvakken die uit de planning kwamen gerepareerd. Hierdoor voldoen we aan de uitgangspunten van het beheerplan Wegen. Omdat de uitgaven per jaar fluctueren, gebruiken we de voorziening Wegen als egalisatievoorziening.
- De voorziening is voor de komende vier jaar toereikend om de werkzaamheden aan de wegen uit te voeren. Het betreft alleen groot onderhoud.
- Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Grafiek
Meerjarig verloop voorziening Wegen:

Risico's
- De prijzen van grondstoffen (onder andere olie) fluctueren sterk.
- In het beheerplan Wegen is geen rekening gehouden met rehabilitatiekosten, dat wil zeggen wat het zou kosten als de weg opnieuw moet worden aangelegd. Bij veranderingen van het verkeersaanbod (verhoogde aslast) is de draagkracht van de fundering onvoldoende. De restlevensduur van de weg vermindert dan sterk. En de kosten van de te nemen onderhoudsmaatregel vallen dan hoger uit.
- De voorziening is op langere termijn niet toereikend om het vastgestelde onderhoud te garanderen. De voorziening komt negatief uit in de jaren 2024 tot en met 2032. Daarna is de voorziening weer toereikend. In 2019 starten we een onderzoek op om de kostendekkendheid te herberekenen.
- Hoe lager het kwaliteitsniveau voor onderhoud van wegen, hoe hoger het risico van achterstallig onderhoud en daaruit voortvloeiende claims van weggebruikers.
Openbare verlichting
Algemeen
Op basis van meerjarenplannen voeren we jaarlijks onderhoudswerkzaamheden uit aan de openbare verlichting. Bij de uitvoering hanteren we de uitgangspunten en de randvoorwaarden, die vastliggen in het beleidsplan Openbare verlichting.
Beleid
De actuele beleidskaders staan in het IBOR-plan (vastgesteld 19 januari 2016). Het beheerplan Openbare verlichting 2013-2018 is één van de onderleggers van het IBOR. Omdat de financiële middelen beperkt zijn, onderhouden we de openbare verlichting op het kwaliteitsniveau Normaal. Het beschikbaar gestelde budget is op korte en lange termijn toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau uit te voeren.
Financiële middelen
- In de begroting 2018 namen we voor het onderhoud aan de openbare verlichting een bedrag op van € 286.309,- (inclusief index en de areaaluitbreiding) op. Dit bedrag is exclusief energiekosten. De uitvoering van het onderhoud bekostigen we uit de voorziening Openbare verlichting.
- Na de inspectie van de openbare verlichting hebben we bepaald dat er een aantal armaturen en lichtmasten vervangen moesten worden. In 2018 gebruikten we standaard LED armaturen bij de vervanging van armaturen. In 2019 gaan we hiermee verder en schrijven we richting aannemers en projectontwikkelaars LED armaturen voor. Omdat de uitgaven per jaar fluctueren, gebruiken we de voorziening openbare verlichting als egalisatievoorziening.
- De voorziening Openbare verlichting is toereikend om het onderhoudsprogramma in de komende jaren uit te voeren. De voorziening stijgt de komende jaren gelijkmatig, omdat we dan sparen voor de grote vervangingen (onderhoud) die gepland staan vanaf 2030.
- Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Grafiek
Meerjarig verloop voorziening Openbare verlichting:

Risico's
- De stijging van de prijzen van onder andere staal en aluminium kan hoger zijn dan de begrote stijging.
Civieltechnische kunstwerken
Algemeen
Op basis van meerjarenplannen voeren we jaarlijks onderhoudswerkzaamheden uit aan civieltechnische kunstwerken. Bij de uitvoering hanteren we de uitgangspunten en randvoorwaarden die vastliggen in het beheerplan Infrastructurele kunstwerken 2016-2025.
Beleid
De actuele beleidskaders staan in het IBOR-plan (vastgesteld 19 januari 2016). Het beheerplan Infrastructurele kunstwerken 2016-2025 is één van de onderleggers van het IBOR. Het kwaliteitsniveau is vastgesteld op het niveau Basis. Het beschikbaar gestelde budget is op korte en middellange termijn toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau uit te voeren.
Financiële middelen
- Via een vijfjaarlijkse inspectie van de civieltechnische kunstwerken bepalen we aan welke kunstwerken voor de komende jaren onderhoudswerkzaamheden moeten plaatsvinden. De uitgaven zijn per jaar wisselend en we gebruiken de voorziening Civieltechnische kunstwerken als egalisatievoorziening.
- In de begroting van 2018 namen we voor de civieltechnische kunstwerken een bedrag van € 273.720,- (inclusief index en inclusief de areaaluitbreiding) op. De uitvoering van het onderhoud bekostigden we uit de voorziening Civieltechnische kunstwerken.
- De voorziening voor de komende vier jaar is toereikend om de werkzaamheden aan de civieltechnische kunstwerken uit te voeren. In het beheerplan zijn vervangingen niet opgenomen. Indien vervanging nodig is, nemen we deze op in de lijst met vervangingsinvesteringen welke we u ter besluitvorming voorleggen bij de begrotingsbehandeling. In 2019 staat er een vervanging van een houten brug gepland. De vervanging van deze brug is geraamd op € 30.000,-.
- Tot en met 2022 groeit de voorziening, omdat we jaarlijks meer sparen dan uitgeven. Daarna daalt de voorziening, omdat dan de uitgaven voor groot onderhoud aan beschoeiing en duikers gepland staat.
- Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Grafiek
Meerjarig verloop voorziening Civieltechnische kunstwerken:

Risico's
- Het waterschap heeft het voornemen uitgesproken om de beschoeiingen (civiele kunstwerken) af te willen stoten. Zodra dit gebeurt, kan dit extra onderhoudskosten voor de gemeente betekenen.
- Bij vervanging van duikers wordt door het waterschap een grotere diameter geëist, wat extra aanleg- en beheerskosten met zich meebrengt.
- De aanschaf van hardhout verloopt moeizaam, door het beperkte aanbod. In 2019 gaan we kijken naar andere (duurzamere) materialen als kunststof. Deze zijn duurder in aanschaf en we weten niet of dit dezelfde kwaliteit geeft.
Riolering
Algemeen
Onder riolering verstaan we meer dan alleen buizen onder de grond. Het gaat om het geheel aan fysieke voorzieningen waarmee de gemeente zorgt voor de volksgezondheid en droge voeten. Hiervoor hebben we drie wettelijke zorgplichten, namelijk voor afvalwater, hemelwater en grondwater.
Beleid
De beleidskeuzes zijn opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan. Het kwaliteitsniveau is vastgesteld volgens het principe dat het systeem doelmatig werkt. Het beschikbaar gestelde budget is op korte en middellange termijn toereikend om het vereiste onderhoud voor de doelmatige werking van het systeem uit te voeren. De financiële beleidsuitgangspunten zijn:
- Een interne rekenrente van 1% op de investeringen te hanteren. Met ingang van 2019 is de rekenrente 0,5%.
- Tot en met 2020 vervangingsinvesteringen in tien jaar af te schrijven en vanaf 2021 direct af te boeken op de voorziening. Door te sparen voor investeringen bouwen we onze schulden af, en hoeven we op termijn geen rente meer te betalen.
- Riolen niet te vervangen op basis van afschrijvingsplanningen, maar op basis van toestandsgegevens uit inspecties.
- Een kostendekkend riooltarief te hanteren.
- Vanaf 2018 jaarlijks € 200.000,- gecompenseerde BTW op rioolwerkzaamheden aan de algemene middelen toe te voegen.
Financiële middelen
In 2018 bedroeg de hoogte van de rioolheffing € 217,- voor woningen. Dit tarief hanteren we al sinds 2014. In september 2017 besloot u met ingang van 2019 het tarief te laten stijgen naar € 225,- . In totaal inden we in 2018 € 2,60 miljoen. Naast de exploitatie voeden we hiermee drie voorzieningen:
- Voorziening GRP (Gemeentelijk Rioleringsplan): met deze voorziening zorgen we voor een gelijkmatige ontwikkeling van het tarief van de rioolheffing. De voorziening is in 2018 met € 200.500,- toegenomen en bedraagt eind 2018 € 3,925 mln. De toename is € 128.500,- hoger dan begroot. Dat komt voornamelijk door meer inkomsten (€ 42.000,- vanwege toename van het aantal aansluitingen door nieuwbouw). Verder is het beleidsuitgangspunt 1% rente toe te rekenen over de boekwaarde van de investeringen in het rioolstelsel. Bij het samenstellen van de jaarrekening is het percentage bijgesteld naar 0%. Dat geeft een voordeel van € 73.500,-. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen we naar het taakveld Treasury. Tot slot gaven we minder uit, doordat we moesten schuiven met de planning van de inspectie van de riolering. Dit werk doen we samen met zes regiogemeenten.
- Voorziening vervanging riolering: met deze voorziening sparen we voor toekomstige rioolvervanging. De voorziening is in 2018 met € 200.000,- toegenomen en bedraagt eind 2018 € 800.000,-. Deze voorziening wordt volgens schema gevuld en vanaf 2021 starten we met rioolvervanging.
- Voorziening Onderhoud Riolering (gemalen): deze voorziening gebruiken we voor groot onderhoud aan en vervanging van de rioolgemalen. Hiermee zorgen we voor een stabiele lastenontwikkeling in de begroting. In 2018 bedroegen de uitgaven 82% ten opzichte van de raming. Dat komt vooral doordat we minder hoeven te vervangen in de drukriolering dan verwacht. Tussen 1999 en 2005 hebben we op grote schaal drukriolering aangelegd. In principe moeten we nu midden in de vervangingsgolf zitten. We beheren kwaliteitsgestuurd, zodat we niet onnodig vervangen. We constateren voorzichtig dat de vervangingsgolf beduidend meer afvlakt dan we verwachten. Dit leidt tot uitgestelde investeringen. Het is alleen nog te vroeg om de meerjarenraming sterk bij te stellen. De lastenontwikkeling in de begroting stellen we wel bij.
De voorziening nam in 2018 per saldo toe met € 93.399,- en bedraagt eind 2018 € 752.168,-.
Alle voorzieningen zijn toereikend voor de komende jaren. We streven naar een zo klein mogelijke reserve in alle voorzieningen.
Grafiek
Meerjarig verloop voorziening GRP:

Meerjarig verloop voorziening Vervanging riolering (vrij verval):

Meerjarig verloop voorziening Onderhoud Riolering (gemalen):

Risico's
- In 2018 zijn we regionaal aan de slag gegaan met klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie is de verzamelnaam voor het aanpassen van de omgeving aan het veranderende klimaat op het gebied van droogte, hitte, wateroverlast en waterveiligheid.
- Door het uitvoeren van zogenaamde stresstesten bepalen we waar de zwakke schakels in de openbare ruimte zitten. Voor het thema wateroverlast verfijnen we het beeld in 2019. Op basis daarvan starten we daarna de brede dialoog met onze stakeholders over welke risico's acceptabel zijn voor onze gemeente. Vanuit deze dialoog formuleren wij een uitvoeringsprogramma.
Water
Algemeen
Het oppervlaktewatersysteem kent vele beheerders. Waterschap Rivierenland beheert het regionale watersysteem (A-status). Perceeleigenaren beheren de kleine watergangen (B- en C-status), de haarvaten van het systeem. De gemeente heeft veel van die kleine watergangen. De wettelijke zorgplicht is vastgelegd in de Keur. Dat is de grondslag waarop het waterschap handhaaft.
Beleid
In 2009 stelden we met Waterschap Rivierenland een waterplan op. In het waterplan legden de we de visie vast. We willen een gezond, veerkrachtig kwalitatief goed aantrekkelijk en op de toekomst berekend watersysteem. Er zijn verschillende streefbeelden gedefinieerd die als het ware een kwaliteitsniveau aangeven. Maar het functioneren van het watersysteem is geborgd in de minimum eisen die het waterschap stelt. Er geldt dat de watergangen voldoende diep (baggeren) en vrij van begroeiing (groen) moeten zijn. In het waterplan voorzagen we een aantal maatregelen om bestaande knelpunten op te lossen.
Financiële middelen
In 2018 zijn de laatste maatregelen met het waterschap verrekend. We bleven binnen de begroting (realisatie: 96%). In 2018 is bij de tweemaandsrapportage juli - augustus 2018 besloten het restant van de reserve ad. € 31.750,- vrij te laten vallen. De overdracht van water aan het waterschap is in 2019 voorbereid en wordt in 2020 administratief voltooid.
Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Grafiek
Dit kapitaalgoed kent geen egalisatievoorziening.
Risico's
- In 2018 zijn we regionaal aan de slag gegaan met klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie is de verzamelnaam voor het aanpassen van de omgeving aan het veranderende klimaat op het gebied van droogte, hitte, wateroverlast en waterveiligheid.
- Door het uitvoeren van zogenaamde stresstesten bepalen we waar de zwakke schakels in de openbare ruimte zitten. Voor het thema wateroverlast verfijnen we het beeld in 2019. Op basis daarvan starten we daarna de brede dialoog met onze stakeholders over welke risico's acceptabel zijn voor onze gemeente. Vanuit deze dialoog formuleren wij een uitvoeringsprogramma.
- Er ligt een relatie met het kapitaalgoed Riolering. We verwachten daar het grootste risico, omdat in de voorziening GRP nu geen extra klimaatmaatregelen zijn opgenomen. Voor het kapitaalgoed Water lijkt het risico kleiner, omdat het waterschap de verantwoordelijkheid voor de inrichting van het watersysteem heeft.
Baggeren
Algemeen
We hebben de verplichting om gemeentelijke watergangen langdurig op diepte te houden. Daarom baggeren we deze watergangen. Dat doen we niet jaarlijks, maar planmatig volgens een meerjarig uitvoeringsplan.
Beleid
Het actuele beleidskader stelde u vast via raadsvoorstel Beheerplan baggeren, gedeeltelijke aanpassing hoofduitgangspunten (RV/15/00583). Betreft kwaliteitsniveau baggerscenario 3: "conform de schouw". U besloot aan te sluiten op de baggerplanning van het waterschap , preventief te baggeren, alle gemeentelijke watergangen te baggeren die niet baggerschoon zijn en perceeleigenaren aan de andere zijde van de watergangen uitsluitend te betrekken als dit op het totaal economisch voordelig is.
Een kwaliteitsniveau is niet expliciet bepaald, omdat het functioneren van het watersysteem is geborgd in de minimumeisen die het waterschap stelt ten aanzien van de diepte. We moeten dus simpelweg voldoen aan de schouw van het waterschap. De waterdiepte mag, door aanwezigheid van bagger, niet verder beperkt worden dan afhankelijk van de breedte van de watergang op zomerpeilhoogte:
- breder dan 2 meter: 0,50 meter ten opzichte van zomerpeil;
- breder dan 1 meter en smaller dan 2 meter: 0,40 meter ten opzichte van zomerpeil;
- smaller dan 1 meter: 0,30 meter ten opzichte van zomerpeil;
- C-water: Voor C-watergangen gelden geen diepte-eisen, we gaan uit van een diepte van 20 centimeter.
In 2018 voldeden we voor twee watergangen (< 0,5% van het areaal) niet aan de diepteschouw.
Financiële middelen
- In de begroting van 2018 namen we voor het baggeren van gemeentelijke watergangen meerjarig een bedrag op van € 141.250,- (inclusief index en areaaluitbreiding). De uitvoering van het onderhoud bekostigden we uit de voorziening Baggeren watergangen.
- Omdat de uitgaven per jaar fluctueren, gebruiken we de voorziening Baggeren watergangen als egalisatievoorziening. De voorziening Baggeren watergangen is toereikend om het onderhouds-programma uit te voeren. In 2018 is per saldo een bedrag van € 125.986,- toegevoegd aan deze voorziening. De stand van de voorziening is eind 2018 € 310.466,-. In 2018 is € 15.264,- uitgegeven.
- In het woongebied Lingemeer hebben we een grondige inventarisatie uitgevoerd. De discussie over de door de inwoners ervaren problematiek voeren we nu op feiten en niet meer op aannames. We werken nu constructief gezamenlijk met de inwoners aan een gedragen oplossing.
- Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Grafiek
Meerjarig verloop voorziening Baggeren watergangen:

Risico's
- De belangenvereniging Lingemeer wil graag de watergangen uitdiepen. Dat biedt ons ook beheermatig voordeel. Maar deze kosten zijn niet in het uitvoeringsplan opgenomen en hiervoor kan aanvullend budget nodig zijn. De afstemming met de inwoners vereist meer tijd dan voorzien. In 2019 bepaalt het college of zij een voorstel aan de raad voorlegt.
Groen
Algemeen
Op basis van meerjarenplannen voeren we jaarlijks onderhoudswerkzaamheden aan de openbare groenvoorzieningen uit. Bij de uitvoering hanteren we de uitgangspunten en randvoorwaarden die vastliggen in het beheerplan Groen.
Het ambitieniveau voor het beheer is inmiddels vertaald in een Integraal Beeldkwaliteitsplan voor de openbare ruimte. Hierin is ook het dagelijks onderhoud aan bijvoorbeeld verharding, straatmeubilair en riolering opgenomen. Het onderhoud wordt uitgevoerd door Avri.
Beleid
De actuele beleidskaders staan in het IBOR-plan (vastgesteld 19-01-2016). Het beheerplan Groen 2011-2015 is één van de onderleggers van het IBOR. Het kwaliteitsniveau is vastgesteld op binnen de kom B, buiten de kom C en de begraafplaatsen op A+. Het beschikbaar gestelde budget is op korte en middellange termijn toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau uit te voeren.
Financiële middelen
In 2018 rekenen we in de begroting met een structurele jaarlijkse onderhoudslast van € 1.508.000,-. We gaven in 2018 € 1.460.000 uit. Voor de verschillenanalyse verwijzen we naar taakveld Openbaar groen en (openlucht) recreatie.
Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Grafiek
We maken geen gebruik van een egalisatievoorziening.
Risico's
- Allerlei ziekten en plagen in het openbaar groen die invloed kunnen hebben op (onverwachte) kosten.
Begraafplaatsen
Algemeen
Op basis van het beheerplan Begraafplaatsen voeren we jaarlijks onderhoudswerkzaamheden uit. De begraafplaatsen worden op niveau A+ onderhouden. De doelstelling is om de begraafplaatsen kostendekkend te beheren.
Beleid
De actuele beleidskaders staan in het IBOR-plan (vastgesteld 19-01-2016). Het beheerplan Begraafplaatsen is één van de onderleggers van het IBOR. Het kwaliteitsniveau is vastgesteld op A+. Het beschikbaar gestelde budget is op de langere termijn niet toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau en de begraafwerkzaamheden uit te voeren.
Financiële middelen
We beheren de begraafplaatsen op dit moment niet volledig kostendekkend. Er komt een herziening van het beleidsplan met als doel om het beheer wél kostendekkend te maken.
Om zeker te zijn van voldoende onderhoudsgelden voor de toekomst maken we gebruik van de voorziening Afkoopsommen onderhoud graven en de voorziening Afkoopsommen grafrecht. Alle afkoopsommen voor het onderhoud van de graven en het grafrecht voegen we toe aan deze voorzieningen. De kosten voor het ruimen van graven en het onderhouden van de begraafplaatsen bekostigen we uit deze voorzieningen.
Grafiek
Meerjarig verloop voorziening Afkoopsommen onderhoud begraafplaatsen:

Meerjarig verloop voorziening Afkoopsommen grafrechten begraafplaatsen:

Risico's
- Van de inkomsten is vooral het aantal uit te geven graven en het daadwerkelijke aantal overlijdens niet beïnvloedbaar. Dit aantal fluctueert per jaar. In 2018 zijn er bijna 10% minder mensen overleden.
- Uit landelijk onderzoek blijkt dat de keuze voor cremeren toe neemt. Ook in onze gemeente neemt het aantal uit te geven graven af en dalen de inkomsten. Het tarief voor de urnen is verlaagd, we hebben een toename gezien in het aantal urnen. Ook de grafrechten periode is aangepast naar een periode van 20 jaar, duidelijk is dat hier behoefte aan is. Door deze maatregelen trachten we dit risico te verkleinen.
Gebouwen
Algemeen
Op 23 mei 2017 stelde u de meerjarenonderhoudsplanning gemeentelijk vastgoed (MJOP) vast. Daarmee is de basis gelegd voor het professioneel beheer en onderhoud van het gemeentelijk vastgoed. In de onderhoudsjaarplannen 2018 en 2019 zijn maatregelen opgenomen om het uitgestelde onderhoud van de afgelopen jaren weg te werken. We liggen hierbij nog steeds op koers. Daarnaast stoten we niet-functioneel vastgoed af. Bijvoorbeeld door verkoop van leeggekomen basisscholen in Erichem en Asch en sloop/ verkoop van de voormalige gemeentewerf in Lienden. Tot slot hebben we het vastgoedbeheer geprofessionaliseerd en de vastgoedformatie op orde gebracht met vaste bezetting.
Beleid
Bij de vaststelling van de begroting 2019 in de raad van november 2018 is een aantal beleidsuitgangspunten vastgesteld. De beleidsuitgangspunten met betrekking tot kostprijsdekkende huur (kpdh), hebben we hieronder uitgelicht.
Voor gebruik van gemeentelijk vastgoed wordt een marktconforme, minimaal kostprijsdekkende huur gehanteerd. Een en ander conform de verplichtingen vanuit de Wet Markt en Overheid. In uitzonderingsgevallen kan de gemeenteraad door middel van een zogenaamd ‘algemeen belang besluit’ hiervan afwijken en aan specifieke gebruikers of doelgroepen een lagere of zelfs geen huurprijs in rekening brengen. Het raadsbesluit van 9 december 2014 is in dit geval nog steeds van toepassing. Bij dit raadsbesluit zijn de navolgende economische activiteiten aangewezen als activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang:
- exploitatie binnen- en buitensportaccommodaties;
- exploitatie (verhuur) maatschappelijk vastgoed;
- faciliteren van speeltuinvoorzieningen;
- verhuur van grond (volkstuinen);
- verhuur woningen en woonwagens/standplaatsen;
- erfpacht- en opstalrechten;
- verhuur ruimten gemeentehuis (fractievergaderingen en exposities);
- antikraak panden.
Voor het berekenen van de kostprijsdekkende huur wordt de Discounted Cashflow-methode (DCF-methode), ook wel de netto contante waardemethode genoemd, toegepast.
Voor het bepalen van de marktconforme huur geldt de grondprijzenbrief die het college jaarlijks vaststelt dan wel een taxatie van een onafhankelijke makelaar/ taxateur.
Financiële middelen
Op basis van het MJOP en het na te streven onderhoudsniveau voor de verschillende objecten, berekenen we een structurele onderhoudslast voor onze begroting. In 2018 gaven we voor de uitvoering van klein onderhoud € 72.500,- uit. Verder stortten we € 329.000,- voor groot onderhoud in de voorziening Onderhoud gebouwen. Groot onderhoud bekostigen we uit de voorziening Onderhoud gebouwen. Tot slot is voor het gemeentehuis € 100.000,- opgenomen. Dit bedrag is in 2018 nagenoeg uitgegeven. Eind 2018 is de stand van deze voorziening € 783.000,-.
Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Grafiek
Meerjarig verloop voorziening Onderhoud gebouwen: 
Risico's
- In de onderhoudsvoorziening is geen dekking opgenomen voor renovatie, vervanging, uitbreiding van de panden en eventuele nieuwbouw. Noch is dekking opgenomen voor extra (bovenwettelijke) duurzaamheidsmaatregelen.
Overzicht gebouwen | Aantal per 31-12-2017 (werkelijk) | Aantal per 31-12-2018 (begroting bijgesteld) | Aantal per 31-12-2018 (werkelijk) |
Eigen huisvesting: gemeentehuis | 1 | 1 | 1 |
Woningen | 5 | 5 | 5 |
Gemeentewerf: Lienden | 1 | 0 | 0 |
Brandweerkazerne: Buren | 1 | 0 | 0 |
Dorpshuizen: |
|
|
|
- in volle eigendom: Lienden, Maurik, Beusichem, Ravenswaaij en Rijswijk1 | 5 | 5 | 5 |
- uitgegeven in erfpacht /vestiging recht van opstal: Asch, Erichem, Kerk-Avezaath en Zoelen | 4 | 4 | 4 |
Kleine verenigingsgebouwen: De Breipot (Ommeren), voormalige Jeugdsoos (Maurik), Het Binnen (Lienden) | 3 | 3 | 3 |
Gymzalen: (waarvan twee bij een dorpshuis) | 9 | 9 | 9 |
Sportvelden: acht voetbalverenigingen, één korfbalclub, drie tennisclubs (erfpacht). | 12 | 12 | 12 |
Gebouwen niet van de gemeente, alleen Maurik is gedeeltelijk eigendom gemeente |
|
|
|
Commercieel: Poortgebouw en 't Heerenlogement | 2 | 2 | 2 |
Bijzondere objecten: Museum, Synagoge | 2 | 2 | 2 |
Begraafplaats: aula's en bergingen | 12 | 12 | 12 |
Kerktorens: (inclusief aantal torens alleen uurwerken) | 13 | 13 | 13 |
Monumenten: |
|
|
|
- twee molens, kanonnen, dorpspompen, stadswallen, historische muren in Buren | 8 | 8 | 8 |
Overige: |
|
|
|
- drie muziektenten (Ingen, Beusichem en Eck en Wiel) |
|
|
|
- één garagebox | 8 | 6 | 6 |
- twee schuurtjes (Ravenswaaij / Zoelmond bij Kerk) |
|
|
|
Schoolgebouwen ² | 15 | 15 | 15 |
1 Er is overeenstemming over de verkoop van de Hoekenburg te Rijswijk. De verkoop kan pas worden geëffectueerd nadat het bestemmingsplan is aangepast en onherroepelijk is (planning: 2019).
² De voormalige school De Kastanjepoort te Erichem is onder voorbehoud verkocht. De voormalige school te Asch is met ingang van schooljaar 2018/2019 leeg gekomen en zal in 2019 worden verkocht.

