Inleiding, ontwikkelingen en risico's
Inleiding
Deze paragraaf geeft aan hoe de financiële positie van de gemeente zich verhoudt tot de risico's. Om dat te kunnen beoordelen geven we inzicht in de risico's. Het daarvoor benodigde weerstandsvermogen wordt vervolgens afgezet tegen de aanwezige weerstandscapaciteit.
Ontwikkelingen
Economische ontwikkelingen
De gevolgen van het aantrekken van de economie waren al in 2017 in onze gemeente merkbaar en hebben zich doorgezet in 2018. Dat resulteerde onder andere in een verder aantrekken van de woningbouw in Buren. Wij beginnen echter ook de krapte om de arbeidsmarkt te ervaren. En merken dat het moeilijker wordt om voldoende gekwalificeerde medewerkers aan te treken. Wij hebben dat nu ook als nieuw risico opgenomen in onze weerstandsvermogen.
De nieuwe Omgevingswet
De invoering van de nieuwe Omgevingswet in januari 2021 is een operatie die vergelijkbaar is met de decentralisaties in het Sociaal Domein. Voor de implementatie is veel interne capaciteit nodig. Daarnaast zal op bepaalde onderdelen externe expertise nodig zijn. In de komende jaren wordt duidelijk wat de te verwachten financiële consequenties hiervan zijn en dan met name rond de ICT die nodig gaat zijn voor het realiseren van de landelijke ambitie om tot een volledig digitaal proces te komen.
Invoering vennootschapsbelasting
Over het jaar 2017 is een nihil aangifte ingediend bij de belastingdienst. Hiervoor hebben we in 2018 nog geen aanslag ontvangen van de belastingdienst. Over het jaar 2018 is de aanslag opgemaakt en ingediend.
Incidentele weerstandscapaciteit.
In 2018 zijn de onttrekkingen aan het weerstandsvermogen in totaal € 0,- Op basis van de risico-inventarisatie was de benodigde incidentele weerstandscapaciteit voor 2018 een bedrag van € 2.795.000,-. Belangrijk is hier te melden dat de aparte Reserves Sociaal Domein en de Grondexploitaties zijn bedoeld om de risico's bij open-einde-regelingen en de grondexploitaties (BT Doejenburg II) op te vangen. Bij de jaarrekening 2018 stellen we op basis van de laatste risico-inventarisatie voor om het risicobedrag per 1 januari 2019 te verhogen met € 90.000,- naar een weerstandsvermogen van in totaal € 2.840.000,-.
Berekening weerstandsratio
Om te bepalen of het weerstandsvermogen per 31 december 2018 nog toereikend is, kijken we naar de relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste en beschikbare weerstandscapaciteit. Het incidenteel beschikbare vermogen definiëren we als volgt:
Beschikbaar weerstandsvermogen | 31-12-2018 | nieuwe doorrekening 2019 |
|---|---|---|
Incidenteel onvoorzien | 0 | 0 |
Onbenutte belastingcapaciteit | 0 | 0 |
Vrije beschikbare reserve | 1.111 | 2.027 |
Weerstandsvermogen | 2.750 | 2.720 |
Totaal | 3.861 | 4.747 |
Ratio weerstandsvermogen 31-12-2018
Beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door benodigde weerstandscapaciteit:
3.861.000 : 2.750.000= 1,40
Ratio weerstandsvermogen o.b.v. de nieuwe doorrekening voor 2019
Beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door benodigde weerstandscapaciteit:
4.747.000 : 2.720.000= 1,75
De onderstaande normentabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende weerstandsratio.
Weerstandsratio | Waardering |
|---|---|
Groter dan 2,0 | Uitstekend |
Tussen 1,4 en 2,0 | Ruim voldoende |
Tussen 1,0 en 1,4 | Voldoende |
Tussen 0,8 en 1,0 | Matig |
Tussen 0,6 en 0,8 | Onvoldoende |
Kleiner dan 0,6 | Ruim onvoldoende |
Volgens bovenstaande tabel krijgt onze weerstandsratio van 1,40 per 31 december 2018 de beoordeling "voldoende". Vooruitblikkend naar 2019 stijgt de weerstandsratio naar afgerond 1,71 en is daarmee "ruim voldoende".
Risico's
Geen algemene risico's. Voor de specifieke risico's verwijzen we naar het volgende subhoofdstuk 'Overzicht risico's'.
Overzicht risico's
Risico's
Voor het begrotingsjaar 2018 hebben we een aantal structurele of incidentele risicogroepen benoemd in het weerstandsvermogen. Hieronder vindt u de verwachte ontwikkeling en doorwerking in 2018.
1. Aansprakelijkheid
De gemeente voert veel taken uit en loopt daarbij risico's. Bij het uitvoeren van taken is de gemeente aansprakelijk voor een tijdige en correcte uitvoering. Inwoners en belanghebbenden kunnen de gemeente aansprakelijk stellen als de gemeente deze taken niet goed uitvoert. De wettelijke regelingen zoals de Wet Dwangsom, de Wet Nadeelcompensatie en Schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsbesluiten en het Burgerlijk Wetboek (onrechtmatige daad) zijn drie belangrijke grondslagen voor het aansprakelijk stellen van de gemeente.
Ook wordt informatieveiligheid en beveiliging steeds belangrijker. De Algemene Verordening Gegevensbescherming die in 2018 in werking treedt, schrijft een privacy-functionaris voor. En bij verkeerd gebruik van persoonsgegevens moet een data-lek op grond van de Wet Datalekken gemeld worden. Daarnaast gelden er voorwaarden vanuit de BIG (Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten) waar risico’s aan vast zitten.
De risico's worden beperkt door het beschrijven van de processen en daarin maatregelen op te nemen. Verder zijn verzekeringen afgesloten tegen de financiële consequenties van mogelijke gebreken in de uitvoering van een taak. Bij grondexploitaties sluiten we overeenkomsten met de ontwikkelaars van gronden af om onder andere planschade af te dekken.
In 2018 is voor de financiële effecten van alle aansprakelijkheidsrisico's een bedrag van € 375.000 gereserveerd. Op dit bedrag is in 2018 geen aanspraak gemaakt en bij de begroting 2019 is het bedrag hetzelfde gebleven.
2. Opvang bij rampen en calamiteiten
Landelijk is de Handreiking "Regionaal Risicoprofiel" opgesteld. De Wet op de Veiligheidsregio's verplicht de uitwerking van verschillende risicoprofielen. Dit profiel brengt de risico's van alle gemeenten in de regio Gelderland-Zuid duidelijk in kaart. De betreffende risico's voor onze gemeente blijven ten opzichte van voorgaande jaren ongeveer hetzelfde. Het gaat hierbij om risico's ten gevolge van rampen, calamiteiten, klimaatveranderingen en besmettelijke ziektes die de volksgezondheid bedreigen.
In 2018 is voor de financiële effecten van alle risico's voor opvang bij rampen en calamiteiten een bedrag van € 160.000 gereserveerd. Op dit bedrag is in 2018 geen aanspraak gemaakt en bij de begroting 2019 is het bedrag hetzelfde gebleven.
3. Verbonden partijen
Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie of de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. We benoemen in de paragraaf verbonden partijen van onze begroting een aantal risico's daarvoor. De deelnemende gemeenten delen de financiële gevolgen van de verbonden partijen.
De laatste jaren houden de verbonden partijen steeds vaker zelf een buffer aan om eventuele tegenvallers op te vangen. Via de paragraaf weerstandsvermogen en risicomanagement reserveren ze in hun begroting geld voor eventuele tegenvallers. Ook houden ze grotere algemene reserves aan. De kans dat ze een financieel beroep doen op de gemeenten is daarmee de afgelopen jaren kleiner geworden.
Bij de verbonden partij de AVRI is het risico op hogere kosten in 2018. Dit gaat om het eventueel in rekening brengen van mogelijk hogere onderhoudskosten van de begraafplaatsen. Op dit moment wordt die kostenopbouw onderzocht. Daarnaast is het risico van de bestaande achtervangregeling via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw voor een tweetal leningen van corporaties in de gemeente Buren nihil.
De verbonden partijen houden zelf voor hun risico's ook weerstandsvermogen aan. In de onderstaande tabel is dit weergegeven:
Verbonden partijen | weerstandsvermogen per 31-12-2018 |
|---|---|
GGD Gelderland Zuid | 0,514 mln. |
Werkzaak Rivierenland | 1,127 mln. |
AVRI | 1,464 mln. |
Omgevingsdienst Rivierenland | 0,348 mln. |
Veiligheidsregio | 3,683 mln. |
Regio Rivierenland | 0,474 mln. |
Regionaal Archief Rivierenland | 0,427 mln. |
Totaal weerstandsvermogen verbonden partijen | 8,037 mln. |
In 2018 is voor de financiële effecten van alle risico's voor verbonden partijen een bedrag van € 140.000 gereserveerd. Op dit bedrag is in 2018 geen aanspraak gemaakt en bij de begroting 2019 is het bedrag hetzelfde gebleven.
4. Open-einde-regelingen / decentralisaties
Het gaat bij de open-einde-regelingen met name om regelingen als de Participatiewet, Leerlingenvervoer, Wet Matschappelijke Ondersteuning (WMO) en Jeugdwet. In de afgelopen jaren onderkenden we de risico's rond participatie, maar mede door het aantrekken van de economie is daardoor het risico verminderd en we weten niet hoe die zich de komende jaren gaat ontwikkelen. Wel blijft de zorg voor nieuwkomers een mogelijk budgettair risico.
In de loop van 2018 werden de financiële effecten van met name de jeugdzorg duidelijk. Om welke risico's gaat het bij WMO/Jeugdwet:
- Open-einde-regelingen WMO/Jeugdwet.
Het gaat dan om een risico op budgetoverschrijdingen door een toenemende zorgvraag. Het risico wordt gevormd doordat enkele samenlopende zware indicaties bij de jeugdzorg met een omvangrijke en kostbare hulpvraag of door een toename in de enkelvoudige indicaties. Analyse van de uitgaven 2018 naar de onderliggende ontwikkelingen en structurele doorwerking wordt gedaan. Op basis daarvan zijn de ramingen beter bij te stellen.
- Invoering van het abonnementstarief WMO.
Wettelijk geldt vanaf 1 januari 2019 een abonnementstarief van € 17,50 en is de gemeentelijke vaststelling van een eigen bijdrage vervallen. De directe budget effecten zijn inmiddels verwerkt, maar mogelijk is er een drempelverlagend effect omdat de eigen bijdrage aanzienlijk lager is geworden. De verwachting is nu dat het effect gering zal zijn, maar een raming is nog niet te geven.
Voor de risico's van de WMO en de Jeugdwet is bij punt 9 in 2018 een apart bedrag in het weerstandsvermogen gereserveerd, omdat de bestemmingsreserve sociaal domein in 2018 en in de jaren daarna leeg loopt.
- Leerlingenvervoer.
Bij leerlingenvervoer is er een risico dat één of enkele complexe vervoersvragen voor een sterke kostenstijging kunnen zorgen.
In 2018 is voor de financiële effecten van alle risico's voor open-einde-regelingen een bedrag van
€ 287.500 gereserveerd. Op dit bedrag is in 2018 geen aanspraak gemaakt en bij de begroting 2019 is het bedrag hetzelfde gebleven.
5. Grondexploitaties
Bij het opstellen van de grondexploitaties worden de risico's voor dat specifieke project geschat en in de grondexploitatie meegenomen. Is een geraamd bedrag niet nodig omdat het risico zich niet voordoet, dan valt het bedrag vrij ten gunste van het resultaat van het plan. Daarnaast kunnen zich externe ontwikkelingen voordoen die niet project-specifiek zijn en buiten de invloed van de gemeente liggen. Dit zijn de algemene risico's waar de grondexploitatieberekeningen niet of ten dele in voorzien.
Een belangrijk risico is een onverwachte en onvoorziene kostenstijging over de nog te maken kosten voor het bouw- en woonrijp maken van grond door de gemeente. Als de verkopen vervolgens vertraging oplopen, heeft dat hogere rentelasten tot gevolg. Als de marktvraag verschuift naar een ander type woning of kavel voor een andere bestemming kan dit tot een lagere opbrengst leiden.
In 2018 is voor de financiële effecten van alle risico's voor grondexploitaties bij de primitieve begroting een bedrag van € 1.260.000,- gereserveerd. Dit bedrag is in de loop van 2018 verlaagd met € 260.000,-. Bij de begroting 2019 is het bedrag € 1.000.000,-. Als gevolg van een lagere waardering van bedrijfskavels op bedrijventerrein Doejenburg II is in de jaarrekening 2018 € 120.000 extra gereserveerd in de voorziening verwachte verliezen. Bij de jaarrekening 2018 stellen we voor deze reservering te dekken uit het weerstandsvermogen.
6. Rentewijzigingen
Het gaat hierbij om het risico van grote wijzigingen in de rentevoet in combinatie met de omvang van benodigde nieuwe leningen en de aandelenportefeuille. Met een rentebuffer kunnen we sterke rentewijzigingen de komende tijd (deels) opvangen. Het renterisico voor onze aan te trekken en uitgezette gelden zal vanaf 2018 klein zijn. Dit komt doordat het Burense financieringstekort kleiner wordt en de aandelenportefeuille stabiel blijft. Het gevolg is dan een klein renterisico. Daarnaast verwachten we maar beperkte schommelingen in de hoogte van de rentetarieven in 2018 en volgende jaren.
In 2018 is voor de financiële effecten van alle risico's voor rentewijzigingen een bedrag van € 0,- gereserveerd en bij de begroting 2019 is dit bedrag ook € 0,-.
7. Maatschappelijke risico's en veiligheid
Als eigenaar zijn we verantwoordelijk voor het in stand houden van onze eigendommen. Bijvoorbeeld voor gebouwen, groenvoorzieningen, wegen en bruggen lopen we grotere risico's door onduidelijkheid over de onderhoudsstatus of door incidentele tegenvallers zoals kapotgevroren wegen. Mocht er sprake zijn van gebrekkig of achterstallig onderhoud, dan wordt de gemeente aansprakelijk gesteld als daardoor (letsel-)schade ontstaat. Dit risico is niet verzekerbaar.
In 2018 is voor de financiële effecten van alle risico's van maatschappelijke risico's en veiligheid een bedrag van € 340.000 gereserveerd. Op dit bedrag is in 2018 geen aanspraak gemaakt en bij de begroting 2019 is het bedrag iets verlaagd naar € 330.000,-.
8. Overige risico's
Het gaat hierbij om een verscheidenheid aan risico's van calamiteiten, automatisering, stagnering economie, grondsanering, personeelsrisico's, klimaatveranderingen, vergrijzing, het niet tijdig actualiseren van bestemmingsplannen, regels die wijzigen of anders geïnterpreteerd moeten worden zoals precario, openbare orde, besmettelijke ziektes, etc. Dergelijke risico's worden waarschijnlijker en groter aangezien de samenleving hogere eisen stelt en complexer wordt.
Onder de overige risico's vallen ook risico's die het gevolg zijn van Europees, nationaal, provinciaal en regionaal beleid dat gemeenten verplichtingen oplegt. Dit zijn daarmee financieel budgettaire risico's. Voor de overige diverse risico's gaat het om een tiental benoemde risico's. De belangrijkste daarvan zijn voor calamiteiten, ruimtelijk beheer en de ontwikkeling van de algemene uitkering.
Daarnaast zijn bij de begroting 2018 2 nieuwe risico's benoemd:
- Breedband in Rivierenland
Aangegeven was bij de begroting 2018 dat bij een positieve besluitvorming in 2018 de gemeente Buren risicodragend zou zijn voor de garantstelling van maximaal € 10 miljoen voor de financiering van het regionale glasvezelnetwerk. Zover is het echter niet gekomen want eind 2018 is uiteindelijk gekozen om een alternatieve realisatie met een private partij te verkennen.
- Omgevingswet
Om te voldoen aan de eisen die de nieuwe Omgevingswet stelt, moeten we een omvangrijk implementatietraject realiseren. De werkzaamheden voor de Omgevingswet zijn inmiddels gestart met het oog op de invoering van deze wet in 2021. Op dit moment zijn de eisen die de wet stelt nog niet volledig bekend. Dat brengt met zich mee dat we de precieze consequenties van de wet nog niet weten. We kunnen daardoor nu niet ramen welke kosten hiermee gemoeid zijn. Wel is bekend dat voor het opstellen van de producten een substantieel bedrag nodig zal zijn de komende jaren. De werkzaamheden voor de Omgevingswet voeren we uit in de periode 2017 tot en met 2020.
In 2018 is voor de financiële effecten van alle risico's van de overige risico's een bedrag van € 295.000 gereserveerd. Op dit bedrag is in 2018 geen aanspraak gemaakt en bij de begroting 2019 is het bedrag iets verhoogd naar € 305.000,-.
9. WMO en jeugdwet (sociaal domein)
Op basis van de risico-inventarisatie moet er in de reserve weerstandsvermogen een bedrag worden opgenomen van minimaal € 440.000,- voor de WMO en Jeugdwet. Omdat we een aparte reserve deelfonds sociaal domein hebben, was het tot nu toe niet nodig om dit bedrag op te nemen in de reserve weerstandsvermogen.
Nu de reserve sociaal domein leegloopt, moeten we de reserve weerstandsvermogen aanvullen met € 440.000,-.Technisch gezien zou het ook later mogen, omdat de reserve sociaal domein nog niet leeg is per 31-12-2018, maar het is gewenst om nu al bij deze jaarrekening € 440.000,- te onttrekken aan de Algemene Reserve en toe te voegen aan het weerstandvermogen.
Samenvatting ontwikkelingen / totaalbeeld 2017-2019
Risico inventarisatie | Jaarrekening 2017 | Begroting 2018 | Begroting 2019 | Bijgestelde ontwikkeling 2019 n.a.v. jaarrekening 2018 |
|---|---|---|---|---|
1. Aansprakelijkheid | 700.000 | 375.000 | 375.000 | 288.000 |
2. Opvang bij rampen en calamiteiten | 165.000 | 160.000 | 160.000 | 185.000 |
3. Verbonden partijen excl. WSW | 100.000 | 140.000 | 140.000 | 110.000 |
4. Open einde regelingen excl. WMO/Jeugd | 410.000 | 440.000 | 440.000 | 288.000 |
5. Grondexploitaties | 1.145.000 | 1.260.000 | 1.000.000 | 1.000.000 |
6. Rentewijzigingen | 275.000 | 0 | 0 | 0 |
7. Maatschappelijke risico's en veiligheid | 250.000 | 340.000 | 340.000 | 535.000 |
8. Overige risico's | 300.000 | 295.000 | 350.000 | 434.000 |
9. WMO en Jeugdwet (sociaal domein) | 0 | 0 | 0 | 440.000 |
|
| 3.010.000 | 2.795.000 | 3.280.000 |
Vrijval in 2018 en extra benodigd in 2019: |
| -215.000 | 485.000 | -120.000 |
Totaal | 3.345.000 | 2.795.000 | 3.280.000 | 3.160.000 |
Weerstandsvermogen
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als “het vermogen van de gemeente Buren om ook in ongunstige tijden de incidentele financiële risico’s op te kunnen vangen om zo haar taken ongewijzigd te kunnen voortzetten”.
Onder een risico verstaan we het gevaar voor financiële schade of verlies als gevolg van interne en/of externe omstandigheden. Het risico heeft dan betrekking op het samenvallen van die bepaalde omstandigheden (de kans) en de negatieve gevolgen (de schade).
Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Naast de risico’s zijn ook andere factoren van invloed op het weerstandsvermogen, zoals:
- het aanpassingsvermogen van de organisatie
- de kans dat tegenslagen zich gelijktijdig voordoen
- de risicocultuur van de organisatie
Belangrijk daarbij is dat de wetgever op diverse plaatsen aangeeft dat gemeenten ten aanzien van het nemen van financiële risico’s terughoudend moeten zijn. Dit is dan ook een leidend beginsel voor onder andere het Treasurybeleid, zoals dat in het Treasurystatuut naar voren komt. Bij een gezond weerstandsvermogen is het mogelijk een niet voorziene financiële tegenvaller te betalen door de algemene reserve aan te spreken. Wanneer er onvoldoende weerstandsvermogen is, moeten wellicht activiteiten worden uitgesteld om tegenvallers op te vangen.
Beschikbaar weerstandsvermogen
Weerstandsvermogen vinden we zowel in de exploitatie als in het vermogen. Binnen de exploitatie gaat het om de stelpost onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit. Voor onvoorziene uitgaven ramen we in Buren structureel een bedrag. Bij de onbenutte belastingcapaciteit gaat het om de eigen inkomstenbronnen van een gemeente voor zover deze nog niet 'maximaal' of kostendekkend zijn. Bij de onbenutte belastingcapaciteit gaat het met name om de OZB. Het betreft hier een inkomstenbron die niet direct beschikbaar is. De hoogte is het verschil tussen de feitelijke OZB en de normhoogte van de OZB in het kader van artikel 12.
In de vermogenssfeer bestaat de weerstandscapaciteit uit het vrij besteedbare en het geblokkeerde gedeelte van de algemene reserve (weerstandsvermogen) en de stille reserves. Een stille reserve is de theoretische berekening van het waardeverschil tussen de boekwaarde en de overwaarde van met name onze gemeentelijke panden of aandelen. Bij de stille reserves gaat het om de inzet van bezittingen als onroerend goed en dergelijke. Om over deze ruimte te kunnen beschikken, is politiek draagvlak nodig en zijn we, in geval van verkoop, afhankelijk van de markt. Dat betekent dat er enige tijd overheen gaat voordat het daadwerkelijke bedrag bekend is en we het geld daadwerkelijk contant kunnen maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om de overwaarde op aandelen en andere gemeentelijke eigendommen van waarde die niet op de balans staan. Gelet op het onzekere karakter, laten we dit bedrag buiten de berekening van het weerstandsvermogen.
De opbouw van onze beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2018 ziet er als volgt uit:
Weerstandsvermogen in de exploitatie | x € 1.000 |
|---|---|
Stelpost onvoorzien | 0 |
Onbenutte belastingcapaciteit OZB | 1.164 |
Totale weerstandscapaciteit in de exploitatie | 1.164 |
Algemene reserve - vrij besteedbaar gedeelte in begroting | 1.111 |
Algemene reserve - weerstandsvermogen (geblokkeerde gedeelte) | 2.750 |
Totale weerstandscapaciteit in het eigen vermogen | 3.861 |
Risico's en weerstandsvermogen
Een deel van onze algemene reserve wordt structureel geblokkeerd. Dit weerstandsvermogen (geblokkeerd gedeelte) van de algemene reserve berekenen we tweemaal per jaar opnieuw. Op basis van die inventarisatie worden toevoegingen of onttrekkingen gedaan aan het weerstandsvermogen. In 2018 waren er geen onttrekkingen en eind 2018 is het saldo van het weerstandsvermogen € 2.750.000,-. Dat bedrag is bedoeld voor het opvangen van alle door onze organisatie benoemde en onbenoemde risico’s en calamiteiten. Het vrij besteedbare gedeelte van de algemene reserve is het zogenaamde incidentele weerstandsvermogen. Hieraan wordt jaarlijks het exploitatieresultaat toegevoegd of onttrokken en het wijzigt dus mee met het jaarlijkse exploitatieresultaat.
De actualisatie van de risico-inventarisatie stelt ons in staat tot een analyse van de risico’s voor 2018, 2019 en daarna te komen. Er is voor de bestaande risico’s een financiële vertaling opgesteld. De financiële vertaling is gemaakt op basis van objectieve normeringen en een beoordeling door een professional. In de vertaling maken we een inschatting van de kans dat het risico optreedt en het gemiddelde financiële effect dat het veroorzaakt. Zo ontstaat per risico een financiële risicoraming. Bij de totale raming is rekening gehouden met een gedeeltelijke dekking van alle risico’s. Dit omdat niet alle risico's zich (tegelijk) zullen voordoen. In 2018 was de hoogte van ons weerstandsvermogen ruim voldoende om de risico's af te dekken.
Financiële kengetallen
Kengetal
| 2017 realisatie | 2018 begroting | 2018 realisatie | 2019 begroting | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Structurele exploitatieruimte | 0,4% | + | -3,0% | - | -6% | - | 0.1% | - |
Netto schuldquote | 20% | + | 38% | + | 16% | + | 24% | + |
Netto schuldquote gecorrigeerd | 19% | + | 37% | + | 16% | + | 24% | + |
Solvabiliteitsratio | 31% | +/- | 42% | +/- | 28% | +/- | 31% | +/- |
Belastingcapaciteit (lokale lasten) | 109% | +/- | 103% | +/- | 98% | + | 103% | - |
Grondexploitatie | 17% | +/- | 17% | +/- | 8% | + | 12% | + |
beoordeling bovenstaande:
+ = weinig tot geen risico / categorie-onderverdeling A
+/- = beperkt, matig risico / categorie-onderverdeling: B
- = (mogelijk) risicovol / categorie-onderverdeling C
Beoordeling kengetallen
Structurele exploitatieruimte
Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.
Afgelopen jaren zijn steeds structurele bezuinigingsrondes uitgevoerd waardoor onze structurele exploitatieruimte matig tot voldoende is geweest. De cijfers van 2018 laten zien dat de structurele uitgaven wel iets hoger waren dan de structurele inkomsten. Daardoor was er geen ruimte voor nieuw beleid of tegenvallers. Meerjarig is er weinig tot geen verbetering te zien van de structurele exploitatieruimte en blijft deze rondom de nul schommelen.
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Onze netto schuldquote zegt dus over onze schuldenlast en ertegenover staande inkomsten. De kritische grens ligt volgens de laatste inzichten ongeveer bij 110-130%. Daar blijft onze gemeente met 16% ruim onder. Er is dus voldoende ruimte op de balans om de nodige investeringen te doen in de komende jaren en er hoeft op dit onderdeel geen pas op de plaats te worden gemaakt. De netto schuldquote gecorrigeerd met de leningen is in onze gemeente vrijwel gelijk aan de netto schuldquote.
Solvabiliteit
De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin onze gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen en schuldeisers kan betalen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer.
Onze solvabiliteitsratio is de afgelopen jaren lager geworden, in 2018 is dit 28%. Dit komt doordat veel geïnvesteerd is in grondexploitaties in eerdere jaren zonder dat daar een toename van het eigen vermogen door winstneming tegenover staat of stond. Wel zijn hiervoor de (verwachte toekomstige) verliesvoorzieningen genomen waardoor het eigen vermogen is afgenomen. De solvabiliteitsratio is in 2018 matig en de verwachting is een licht stijgende ontwikkeling vanaf 2019.
Belastingcapaciteit (lokale lasten)
Dit kengetal geeft inzicht in hoe de belastingdruk zich in onze gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het mogelijk dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze. De gehanteerde normen van de provincie voor de belastingcapaciteit zijn: < 95% = voldoende, 95-105% = matig en >105% is onvoldoende.
In onze gemeente is de gemiddelde belastingdruk en dus ook het kengetal voor de belastingcapaciteit 2% vrijwel gelijk aan het landelijke gemiddelde in 2018 (en 2019 ook: waar staat je gemeente) Wel zijn de WOZ-waarden in onze gemeente gemiddeld hoger aangezien de huizenprijzen hoger liggen dan landelijk gemiddeld genomen (Buren: € 311.900,- en landelijk: € 248.700,-). In 2019 stijgt onze belastingdruk in verhouding tot het landelijke gemiddelde vrijwel niet.
Grondexploitatie
De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten (alleen Teisterbant) en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar.
In onze gemeente is in 2018 het kengetal voor de grondexploitatie 8% en dit betekent veel minder risicovol dan voorheen. De risicoreserve BT Doejenburgh II is omgevormd voor de te verwachten verliezen. Met de nog te maken stappen in de komende jaren gaan we de risico's van grondexploitaties verder verkleinen. In 2018 en ook in latere jaren geldt de normering 'matig' en kunnen we de risico's steeds verder beperken.
Rol gemeenteraad
Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze erg afhangen van de lokale situatie. De gemeenteraad kan wel eigen normen stellen voor deze kengetallen en bij belangrijke raadsbesluiten laten opnemen wat het effect is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen. Voor de financiële kengetallen geldt, net als voor de weerstandscapaciteit, dat het collegeakkoord het moment is om daar afspraken over te maken. Op dat moment kan de raad aangeven welk financieel beleid zij voor ogen heeft.

